Wad anders

Wad anders

Een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied.

Eindrapport pdf 55 pagina’s.

Voor de industrie en de havens in het Waddengebied liggen er internationale kansen. Ondermeer door de recente uitbreiding van de Europese Unie en het bewerkstelligen van een level playing field in de trilaterale Waddenzeeregio. Verder is het clusteren van bedrijvigheid in de vier grote havenplaatsen van belang, alsmede het meer profiel geven aan deze havenplaatsen en de acquisitie van bedrijvigheid hier op te richten. Tenslotte wordt het bereikbaar houden van de grotere Waddenhavens van belang geacht.

Voor de sector recreatie en toerisme worden er ontwikkelingskansen gezien in het nog meer leveren van kwaliteit en maatwerk op de eilanden (inclusief seizoensverlenging). Door promotie, meer samenwerking met de Waddeneilanden en het benadrukken van de eigen identiteit kan het aantal bezoekers worden vergroot. Ook het accommoderen van de huidige, autonome watersportgroei mede in het licht van veiligheid en natuur is een ontwikkelingskans.

Ook in de energie- en delfstoffenwinning zijn kansen te bespeuren om te werken aan een duurzaam ontwikkelingsperspectief. Te denken valt aan de winning van diepe delfstoffen, de aanlanding van gas en stroom en het verwerken van gas, olie en nevenproducten. Verder wordt gedacht aan de ontwikkeling en opwekking van duurzame energie. Voor de winning van diepe delfstoffen wordt verwezen naar het advies van de AGW/commissie Meijer en het kabinetstandpunt hierop.

In de landbouwsector liggen er vooral kansen in het vergroten van de toegevoegde waarde in het Waddengebied zelf. Ook de ontwikkeling van agribusinessparken is een kans. Tenslotte worden hier genoemd de ontwikkeling van specialistische teelten en het uitbouwen en professionaliseren van de streekproductenrange.

In de visserijsector liggen de ontwikkelingskansen vooral in het saneren en harmoniseren van wet- en regelgeving (waardoor deze ook beter gehandhaafd kan worden). Maar ook hier zijn mogelijkheden voor de ontwikkeling van streekgebonden visserijproducten. Verder wordt gedacht aan de kweek van vis en schelpdieren. Tenslotte kan het intensiever en slimmer samenwerken tussen de handel, verwerking en distributie een meerwaarde opleveren.

Wadanders2

Bijlagenboek bij Wad anders

Een duurzaam sociaal-economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied.

Uitgave ministerie van Economische Zaken. November 2004, publicatienummer 04OI06
pdf 69 pagina’s.

Het bijlagenboek beschrijft de organisatie van het project duurzaam SEOW, geeft in tabellen een sociaal economische analyse van het gebied, en geeft een analyse van sterkte, zwakte, kansen en bedreigingen (SWOT’s) van het Waddengebied.

Wad anders dan in 2003

Wad anders dan in 2003

pdf 16 pagina’s

De Laar (voorheen de Coulissen) liet in december 2010, onder de titel “Wad anders dan in 2003”, een update maken van cijfers uit het bijlagenboek en de bevindingen van het eindrapport “Wad anders – Een sociaal economisch ontwikkelingsperspectief voor het Waddengebied”.

Mainport Rotterdam

Economische visie op de langetermijnontwikkeling van Mainport Rotterdam

Op weg naar een Mainport Netwerk Nederland.

Uitgave ministeries van EZ, V&W en VROM. Juni 2009, publicatienummer 09OI20.
pdf 80 pagina’s met illustraties en bijlagen.

Het kabinet wil dat Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven sterk staan in de internationale concurrentie. Mainport Rotterdam kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Daarom heeft het kabinet deze economische visie ontwikkeld, waarin de ontwikkeling op lange termijn van de Mainport Rotterdam, als onderdeel van een netwerk van zee- en binnenhavens, transport en logistieke knooppunten en industriële centra, centraal staat. Daarnaast besteedt het kabinet aandacht aan een aantal structurele en conjuncturele ontwikkelingen die vragen om aanvullende beleidsmaatregelen. Deze visie is tot stand gekomen met medewerking van het Havenbedrijf Rotterdam.

Gateway Holland

Gateway Holland – Fundamentele keuze voor een welvarend Nederland.

Advies van de Raad voor Verkeer en Waterstaat. April 2010.
pdf 28 pagina’s 0,3 Mb.

In dit Advies aan de rijksoverheid (dat niet specifiek ingaat op de Waddenzeehavens) motiveert de Raad voor Verkeer en Waterstaat drie aanbevelingen:

  • De Raad adviseert het Kabinet om de lopende Europese discussie over gelijke regels voor publieke financiering van haveninfrastructuur en gelijkwaardige handhaving van Europese regelgeving te intensiveren en uit te breiden met een overleg gericht op het bewerkstelligen van afspraken gericht op een beheerste capaciteitsontwikkeling in de Hamburg-Le Havre range voor de komende decennia. Dit kan geschieden in TEN-T verband of in direct overleg met België/Vlaanderen, Frankrijk en Duitsland, bijvoorbeeld in samenwerkingsverbanden opgericht met het EGTS-instrument.
  • De Raad adviseert het Kabinet om in samenwerking met de havenbeheerders en de daaraan verbonden lagere overheden een Nationale HavenStrategie voor de komende decennia op te stellen. Deze Nationale HavenStrategie bevat een visie op de Nederlandse havens met een strategie die gericht is op vergroting van de welvaart van de burgers van Nederland. Hierin worden de belangen van de Nederlandse burgers en de belangen van de diverse Havenbeheerders in lijn gebracht met de door het Rijk nagestreefde waardecreatie op nationaal niveau. De Nationale HavenStrategie moet kaders en randvoorwaarden stellen over:
    • positie, onderlinge samenhang en strategische ruimte van de individuele Nederlandse havens, waarvan de rijksoverheid de ontwikkeling zal steunen, mits wordt voldaan aan economische, duurzame en andere randvoorwaarden;
    • fysieke inrichting van het logistieke netwerk van de zeehavens, achterlandverbindingen en achterlandterminals;
    • toepassing van de welvaartstrategie in besluitvorming over investeringen in dit netwerk, gericht op behoud en vergroting van de welvaart van alle burgers in Nederland.
  • De Raad adviseert het Kabinet en de havenbeheerders om als hart van de Nationale HavenStrategie ‘Gateway Holland’ uit te werken: een strategische alliantie tussen de havens van Rotterdam en Amsterdam, zo mogelijk in te bedden in internationale afspraken over publieke financiering, regelgeving en capaciteitsontwikkeling.

Briefadvies raad verkeer en waterstaat

Briefadvies Raad Verkeer en Waterstaat “Gateway Holland”

VenW/BSK-2010/14627, 28 juni 2010, Camiel Eurlings
pdf 2 pagina’s.

In zijn reactie onderschrijft de minister, mede namens de demissionaire ministers van EZ en VROM, de visie van de Raad Verkeer en Waterstaat, maar verschilt hij van mening over de rol van de rijksoverheid. Over dat laatste schrijft hij:

“(…) In Nederland zijn de havens zelf verantwoordelijk voor hun capaciteitsbeleid binnen het beschikbare havengebied. Van belang is hierbij dat dit meer in afstemming met andere havens geschiedt. Wij zetten daarom primair in op samenwerking binnen het Nederlandse zeehavengebied, gericht op het verhogen van de Nederlandse welvaart. Doel daarbij is te komen tot efficiënt ruimtegebruik in vooral de Randstad, optimale benutting van de infrastructuur en versterking van de concurrentiepositie van onze zeehavens. Uiteraard blijven bij het garanderen van die concurrentiepositie ook investeringen in de bereikbaarheid van de maritieme toegang en de achterlandverbindingen noodzakelijk. Daarnaast blijven, in het kader van duurzame havenontwikkeling, aandacht voor klimaatveranderingen en een goede relatie tussen havens en de omringende stedelijke regio’s van groot belang.(…)”

Samenwerking tussen zeehavens

Samenwerking tussen zeehavens.

Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Eind 2008.
pdf 100 pagina’s 3,5 Mb met literatuurlijst en bijlagen.

Zeehavens beconcurreren elkaar om lading en omzet. In beginsel is dat vanuit economisch perspectief een gezond uitgangspunt. Concurrentie kan echter ook neveneffecten hebben die de welvaart verlagen, bijvoorbeeld als concurrentie duurzame ontwikkeling bemoeilijkt of leidt tot overinvesteringen. Samenwerking tussen zeehavens kan mogelijkheden bieden om ongewenste neveneffecten tegen te gaan, en om efficiëntieverbeteringen te realiseren. Dit rapport van het KiM gaat in op de vraag of en hoe samenwerking tussen zeehavenbeheerders kan bijdragen aan onze welvaart en welke rol de rijksoverheid kan spelen bij het bevorderen of afremmen van deze samenwerking.